Huidhonger: waarom aanraking een oerbehoefte is die je niet kunt negeren

Een aantal jaren geleden, toen de pioniers van platonisch knuffelen en knuffeltherapie in opspraak kwamen, werden ze onthaald met opgetrokken wenkbrauwen. “Wat een onzin,” dacht men. Hoe zielig moet je wel niet zijn om een wildvreemde te betalen om je vast te houden. De behoefte aan aanraking, dat moet je toch uit je eigen sociale omgeving kunnen halen?

Ik las destijds een tweet van iemand die ik intellectueel hoog had zitten. Ze maakte een man publiekelijk te schande omdat hij had gedeeld hoeveel emotionele ondersteuning hij ondervond van platonisch knuffelen. Ik sprak haar vriendelijk aan op haar kortzichtigheid: dat je pas recht van spreken hebt als je werkelijk in de schoenen van een ander hebt gestaan. Het resultaat was een ontvolging en een block.

Van taboe naar begrip: de opkomst van huidhonger

Toen het begrip huidhonger in Nederland bekendheid kreeg, werd het redelijk ontvangen, maar vooral geassocieerd met baby’s, zieke mensen, mensen met een beperking en demente ouderen. Iets waar je aan “leed”. Betaald knuffelen was iets voor kluizenaars en losers. Gemakshalve vergat men dat we dertig jaar geleden een soortgelijke vraag stelden over de liefde vinden via internet.

En toen kwam Covid.

Corona als spiegel voor ons lichaam

Corona, met al haar beperkingen waar niemand omheen kon, dwong ons iets te herontdekken. Veel mensen ontdekten dat ze meer zijn dan een pratend hoofd; dat ze ook een lichaam hebben. De gedwongen vertraging en verstilling brachten, bewust of onbewust, zelfreflectie met zich mee.

Het hoofd hoefde niet meer zo nodig te hollen. Mede door een vermindering van afleiding kwam het lijf op de voorgrond. Het lijf had eindelijk de spreekstok, en er kwamen heel andere vragen naar boven:

  • Waar ben ik nog nieuwsgierig naar?
  • Wat geeft me werkelijk voldoening?
  • Waar sta ik nog mee in verbinding?
  • Ben ik nog in staat om via aanraking genot te ervaren, of zijn mijn handen uitsluitend werktuigen geworden?

Huidhonger is geen zwakte, het is een oerdrift

Op social media stikt het inmiddels van de mensen die er openlijk voor uitkomen: huidhonger. De behoefte om aan te raken en aangeraakt te worden zit in ons DNA. Je kunt het heel lang negeren, maar nooit uitschakelen.

Huidhonger legt onze kwetsbaarheid bloot en ons verlangen naar gezonde intimiteit en verbinding. Het pleit voor een herziening van wat we werkelijk waardevol vinden. Het herinnert ons eraan dat aanraking ooit onze universele oertaal was.

Hulde aan huidhonger.

Related Posts